Artrose

Botten worden door middel van een gewricht met elkaar verbonden. Op deze botten zit een glad laagje kraakbeen, zodat het gewricht makkelijk kan bewegen. Bij artrose kan het gewricht minder makkelijk bewegen doordat het kraakbeen dun en minder glad wordt. Daarnaast raakt het laagje slijmvlies aan de binnenkant van het gewricht steeds ontstoken. Uiteindelijk kunnen de gewrichten verbreden waardoor de knokkels van de vingers dikker worden.

De eerste verschijnselen van artrose bestaan uit stijfheid en pijnklachten in het gewricht, vooral ochtendstijfheid en startpijn (pijn na bewegen na rust). Ook zware of langdurige belasting kan pijnklachten geven. Na verloop van tijd zal de spierkracht in uw hand afnemen, waardoor u minder goed kan functioneren. De klachten bij artrose kunnen in wisselende mate aanwezig zijn. Ook het verloop van de aandoening verschilt per persoon.

Het is niet precies bekend hoe artrose ontstaat. Artrose komt vaker voor bij vrouwen vanaf 45 jaar, bij mensen met overgewicht, na eerdere botbreuken of jarenlange zware activiteiten.

Artrose wordt vastgesteld aan de hand van de beschreven klachten en eventueel een röntgenfoto.

Blijven bewegen is belangrijk bij artrose maar voorkom hierbij overbelasting.

Bij artrose is het belangrijk om te blijven bewegen maar overbelasting te voorkomen. Een handtherapeut kan u adviseren over het doseren van bewegen en het aanhouden van grenzen. Ook specifieke oefentherapie, spalktherapie en advies over hulpmiddelengebruik behoort tot de behandelmogelijkheden van de handtherapeut.

Wanneer de handtherapeutische behandeling, in combinatie met pijnmedicatie, onvoldoende resultaat heeft kan een doorverwijzing naar een handchirurg overwogen worden. Een injectie in het gewricht kan tijdelijk de pijn verminderen. Bij ernstige pijnklachten en functionele beperkingen zijn er meerdere operatieve mogelijkheden, zoals het weghalen van aangegroeid bot, het vastzetten van het gewricht of het plaatsen van een kunstgewricht.

Zoek uw handtherapeut bij u in de buurt